FAAN roept op tot steunmaatregelen voor verzekeringsdekking bedrijven

FAAN roept op tot steunmaatregelen voor verzekeringsdekking bedrijven
30 maart 2020

In deze tijd van dreigende recessie als gevolg van de coronacrisis is financiering voor bedrijven van levensbelang. Een steunpakket om kredietverzekeringslimieten ondanks de verslechtering in de onderliggende risico’s te kunnen handhaven helpt de financierbaarheid van ondernemingen enorm. FAAN -als vertegenwoordiging van factoring & asset based finance bedrijven- zou het toejuichen als overheid en kredietverzekeraars hierover met elkaar in gesprek gaan.

 

Nu door corona veel MKB ondernemers in moeilijkheden dreigen te komen en een economische crisis op de loer ligt, zouden kredietverzekeraars normaal gesproken hun verzekeringslimieten moeten intrekken of beperken. Deze limieten zijn immers gebaseerd op de performance van de bedrijven, die nu in veel sectoren terugloopt.

Door een dergelijke inperking worden echter hele ketens geraakt. Nederlandse krediet-verzekeraars hebben ruim EUR 100 miljard euro aan verzekeringslimieten uitstaan op bedrijven. Het inperken van deze limieten heeft direct een groot ongewenst effect op het bedrijfsleven en uiteindelijk de werkgelegenheid.

In de uitzonderlijke situatie waarin we zitten is ook op dit vlak ondersteuning vanuit de overheid zeer gewenst. FAAN roept daarom de kredietverzekeraars en de overheid op met elkaar in gesprek te gaan over steunmaatregelen voor de verzekeringsdekking. Door het intact laten van de verzekeringslimieten kunnen factoringbedrijven de waarde van de assets van ondernemingen zoveel mogelijk blijven benutten voor financiering.

We staan er samen voor om de economische gevolgen van de coronacrisis zoveel mogelijk te beperken.

Mike Roth,
Namens het bestuur van FAAN

pdf-versie van de oproep

WHOA: Onderhands akkoord ter voorkoming faillissement en de gevolgen voor asset based financiers

Wetsvoorstel WHOA - Wet Homologatie Onderhands Akkoord
25 februari 2020


De juridische commissies van FAAN (Nederlandse factoringbedrijven) en Leasing Nederland (voorheen NVL) monitoren nauwgezet wat Den Haag in petto heeft voor de sector. Op 5 februari lichtte mr. Anne Mennens, advocaat bij Wijn & Stael, tijdens het juridisch seminar van beide verenigingen toe wat het wetsvoorstel WHOA inhoudt. WHOA staat voor Wet Homologatie Onderhands Akkoord; het voor alle schuldeisers geldig verklaren van een akkoord dat door een onderneming met meerdere schuldeisers is gesloten. De WHOA is nog een wetsvoorstel, maar inmiddels in ver gevorderd proces in de Tweede Kamer. Naar verwachting gaat de wet per januari 2021 in. Dat lijkt nog ver weg, maar omdat de WHOA veel consequenties zal hebben voor financiers is het verstandig er tijdig kennis van te nemen.

Wat houdt de WHOA in?
In het kort: ondernemers in zwaar weer kunnen door middel van een onderhands akkoord proberen een faillissement te voorkomen. Schuldeisers kunnen gedwongen worden aan dit akkoord mee te werken, dit geldt ook voor asset based financiers zoals lease- en factormaatschappijen. Ook biedt de WHOA de ondernemer de mogelijkheid een financieringsovereenkomst op te zeggen.

Schuldeisers kunnen gedwongen worden mee te werken aan herstructurering. Het idee erachter is dat “iedereen mee moet doen” om een faillissement te voorkomen. Het faillissement van V&D zou mogelijk anders hebben gelopen als deze wet er al was. Bij V&D blokkeerden enkele grote schuldeisers, de verhuurders van de panden, een akkoord dat door de meerderheid werd ondersteund. In Engels recht was dit middel er al en ook in Amerika wordt een dergelijke werkwijze veelvuldig toegepast (Chapter 11). De Europese wetgever heeft dit fenomeen nu overgenomen; alle lidstaten moeten hier straks aan voldoen.

Uitgangspunten van de WHOA:

  • Het is een aanvulling op het bestaande minnelijke traject dat vaak aangestuurd wordt door bijzonder beheerafdelingen van banken. Het doel is om schade te voorkomen; nu moet de onderneming eerst failliet voor een doorstart kan plaatsvinden.
  • Te gebruiken voor grote en kleine ondernemingen, moet snel en flexibel zijn.
  • Rechterlijke betrokkenheid beperken.

Om een WHOA akkoord te kunnen toepassen gelden er een aantal voorwaarden. De schuldenaar moet op de rand van een faillissement staan of voorziet dat er een faillissement aan zit te komen. Het akkoord moet redelijk zijn en moet dienen om te reorganiseren of te liquideren. Tenminste een ‘klasse’ van schuldeisers moet instemmen met het akkoord.

Belangrijk is: de wet reikt een kader aan. Het is vervolgens aan de praktijk (financiers, rechters) om er verder vorm en invulling aan te geven.

Hoe verloopt het proces bij een WHOA akkoord?


De bestuurder van een onderneming kan een voorstel aanbieden, op het moment dat zonder een akkoord en een faillissement zal volgen. Er volgt meestal ook een verzoek tot benoeming van een herstructureringsdeskundige (bijv. een curator) voor een herstructureringsplan. In deze fase kun je als financier heel weinig doen. Pas in de homologatiefase wordt getoetst of er inderdaad sprake was van een naderende insolventie waardoor een akkoord mocht worden aangeboden.

Als een akkoord is voorgesteld geldt er een ’protesteerplicht’; crediteuren moeten in deze fase eventuele bezwaren kenbaar maken. Als je als schuldeiser daar geen bezwaar maakt mag dat in de homologatiefase niet meer.

Na het aanbieden van het akkoord volgt meestal een afkoelingsperiode: crediteuren kunnen 4 maanden lang geen verhaal nemen op goederen van de schuldenaar. Het idee is dat het werkkapitaal moet beschikbaar blijven voor de onderneming. Financiers moeten, als er vervangende zekerheid is, doorfinancieren. Deze periode kan tot 8 maanden worden verlegd. Dit betekent een ingrijpende inbreuk op de rechten van de schuldeisers.

Hoe het precies zit met het doorfinancieren door een factormaatschappij als er nieuwe debiteuren als zekerheid worden aangeboden voor financiering is nog niet helemaal duidelijk. We gaan ervan uit zolang de klant nieuwe vorderingen ter verpanding blijft aanbieden, dat de factormaatschappij moet doorfinancieren onder de bestaande condities. Het aanbieden van een akkoord kan op zichzelf geen reden zijn de financiering op te zeggen.

Wat kunnen schuldeisers doen in de afkoelingsperiode?
Als er een WHOA akkoord wordt voorbereid heeft de schuldeiser een aantal mogelijkheden. Een ervan is verzoeken tot opheffing van de afkoelingsperiode als zij ‘wezenlijk in hun belangen worden geschaad’. Als de goederen van de schuldeiser wordt gebruikt door de schuldenaar, kan de schuldeiser de rechtbank verzoeken deze bevoegdheid te beëindigen.

Een akkoordvoorstel geldt voor schuldeisers en aandeelhouders. De ondernemer hoeft geen collectief aanbod te doen, handelscrediteuren kunnen er bijvoorbeeld buiten gehouden omdat het onrust oplevert. Een akkoordvoorstel kan bijvoorbeeld bestaan uit: uitstel van betaling, omzetting van schulden in aandelen, afkoop van schulden met een korting, achterstelling of hoofdelijk aansprakelijke groepsvennootschappen uit hoofdelijkheid ontslaan.

Maar: in een akkoord mag de schuldeiser er nooit slechter uit komen dan bij een faillissement, de waarde van de zekerheden is bij een sanering van de schuld het minimum dat in een akkoord moet worden aangeboden.
 

Asset based financiers; een klasse apart

Schuldeisers worden ingedeeld in klassen. De klassenindeling hangt af van de juridische aard van de vordering. De onderneming zou elke klasse een ander aanbod kunnen doen. Het lijkt verstandig om goed op te letten in welke klasse je wordt ingedeeld, juist als asset based financier is dit belangrijk omdat het eigenlijk een klasse apart is. Je moet dus betogen dat je als lease- of factoringmaatschappij een andere positie hebt dan een bank omdat je een andere zekerhedenpositie hebt. Dit punt is niet in de wet bepaald, de praktijk moet uitwijzen hoe dit gaan werken. Als de factormaatschappij hard kan maken dat zijn vordering 100% door zekerheden is gedekt, zou het akkoord voor de factormaatschappij niet mogen inhouden dat deze een discount op zijn vordering moet geven. Daarbij zijn correcte taxaties dus erg belangrijk!


Koop van vorderingen
Bij de factoringvariant koop (cessie) ben je als factormaatschappij waarschijnlijk geen partij in een WHOA akkoord. Je bent dan immers eigenaar van een vordering op de debiteur van de onderneming. Als het echter gaat om koop met een vorm van recourse op de klant/verkoper, kan deze recourse-vordering wel onder het akkoord vallen. Daarnaast mag ook een factormaatschappij die vorderingen koopt deze ‘financiering’ niet opzeggen vanwege het aanbieden van een akkoord. Ook een koop-factor moet waarschijnlijk tijdens een afkoelingsperiode doorfinancieren c.q. blijven kopen zolang de klant aan zijn verplichtingen blijft voldoen.

Na stemming volgt er homologatie door de rechter of weigering van homologatie. Weigering kan ambtshalve gebeuren bijvoorbeeld als er geen sprake is van pre-insolventie of er onvoldoende informatie is verschaft of op verzoek van een tegenstemmer, wanneer blijkt dat hij met het akkoord slechter af is dan bij vereffening van het vermogen in faillissement. Hiermee eindigt het WHOA proces. Er is geen hoger beroep mogelijk.

Vanaf januari 2021 - naar verwachting - kunnen ondernemers de WHOA gebruiken als zij een problematische schuldenlast hebben. Het zal dus nog even duren voor er praktijkvoorbeelden zijn en we echt precies weten waar we aan toe zijn.

Wetsvoorstel Opheffen verpandingsverbod naar Raad van State

Wetsvoorstel Opheffen verpandingsverbod naar Raad van State
3 december 2019

De Ministerraad is akkoord gegaan met het wetsvoorstel Opheffen verpandingsverbod. Het voorstel ligt nu voor advies bij de Raad van State. Hoe snel het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer wordt gestuurd is momenteel nog niet duidelijk.
 
FAAN is echter verheugd dat de overheid het door haar eerder uitgesproken voornemen om de negatieve effecten van overdraagbaarheidheids- en verpandingsverboden aan te pakken nu in een wetsvoorstel daadwerkelijk concreet maakt. De laatste jaren nam het gebruik van onoverdraagbaarheids- en onverpandbaarheidsbedingen (meestal verpandingverboden genoemd) door afnemers en opdrachtgevers sterk toe. In het wetsvoorstel wordt geregeld dat verpandingsverboden ten aanzien van vorderingen die worden ingezet voor financieringsdoeleinden nietig zijn. Het voorstel helpt bedrijven bij het vinden van financiering omdat zij hun vorderingen weer kunnen gebruiken als onderpand.

Factoring and Commerial Finance grows again

Factoring and Commerial Finance grows again - providing real support to economic performance in the EU
28 mei 2019

Final analysis of data collated by the EU Federation for the Factoring and Commercial Finance Industry (EUF) shows that in 2018 factoring and commercial finance volumes in the EU grew overall by 7.9% to €1.73 Trillion, 80% of which was domestic business and 20% international.
 

This rate of growth again clearly outpaces the increase in GDP in Europe and demonstrates clearly the vital role factoring and commercial finance is playing in developing the real economy, providing principally SME businesses with much needed working capital. This success story is about real growth, real employment and demonstrable business success.

Over €240Bn of funding is supporting around 220,000 European businesses.

With factoring and commercial finance now representing around 11% of EU GDP, this is a powerful and important contribution to EU economic development.

Mme Françoise Palle-Guillabert, Chairman of the EUF, noted: "Another year of continued impressive growth in our Industry yet again highlights the increasingly important role we have in financing the real economy right across the European Community. It’s a very satisfying outcome for our Industry members who support so many European businesses in their development and expansion. It also reinforces our message to legislators and regulators that this Industry has a key role to play in delivering European wealth creation. Thanks to these good results, European factoring represents almost 2/3 of the world market and confirms its world leader status”.

EUF Statistics 2018

Forse groei factoring zet door in 2018

Forse groei factoring zet door in 2018; teruggang bij overige financieringsvormen
15 mei 2019

Dit blijkt uit de cijfers die FAAN, de belangenvereniging voor de Nederlandse factoringmarkt,bekend heeft gemaakt. Uit de gepubliceerde cijfers blijkt onder meer dat het aantal klanten onder FAAN-leden dat gebruik maakt van factoring met 4% gestegen is naar circa 3.800 klanten. Bij overige financieringsvormen is, zoals blijkt uit de cijfers van CBS, een teruggang te zien.

"We zijn erg blij met deze groeiontwikkeling. Het onderstreept de marktbehoefte van factoring als alternatieve vorm van financiering", zegt Henk Kraaijeveld, voorzitter van FAAN. "Onze verwachting is dat factoring in populariteit zal blijven groeien."
 
Stijging uitstaande saldi
Naast de toename in het aantal klanten, zet de stijging van de openstaande saldi verder door. In 2018 zijn deze met 3% gestegen naar ruim 5,8 miljard. Alle sectoren laten een lichte stijging zien. De uitstaande saldi zijn gestegen bij klanten met een overgedragen omzet van minder dan 100 miljoen; daarboven is een daling zichtbaar.

 

10% omzetstijging in 2018
Factoringklanten hebben voor bijna 100 miljard omzet door de boeken lopen. Inzoomend op de verschillende sectoren is de omzet in de transportsector gestegen, waar de omzet in de groothandelsector een daling laat zien. Over heel 2018 is een toename van 10,2% te zien ten opzichte van het jaar daarvoor. De totale omzet in 2018 in de Nederlandse factoringmarkt is een recordomzet.

Daling bancaire kredietverlening
Uit de financieringsmonitor 2018 van het CBS (https://bit.ly/2Ha5V1g) blijkt dat in de periode 2015–2018 de totale uitstaande kredietverlening met 58 miljard euro is teruggelopen: een daling van 15 procent. Deze omslag vindt hoofdzakelijk plaats bij het grootbedrijf.

De factsheet met de recente cijfers kunt u hier downloaden.

Productie mondkapjes blijvend opvoeren

Nederland ziet weinig aanleiding om het gebruik van mondkapjes te bevorderen. Toch is het raadzaam de productie ervan flink op te voeren, eerst voor de zorg maar later ook als de maatschappij niet langer op slot zit

8 Apr 2020 Bron: 2020 Het Financieele Dagblad